ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1613
Bij besluit van 3 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om vóór 1 december 2018 de overtredingen van het Bouwbesluit 2012 op het adres [locatie] in Den Haag te beëindigen. [appellant] is eigenaar van het appartement op het adres [locatie] in Den Haag. Naar aanleiding van wateroverlast bij de benedenverdieping van het appartementencomplex heeft op 12 maart 2018 bij meerdere appartementen een controle plaatsgevonden door een inspecteur van de dienst Stedelijke Ontwikkeling. Hoewel de wateroverlast niet werd veroorzaakt door het appartement van [appellant], is tijdens deze controle vastgesteld dat dit appartement wel gebreken vertoont. Op basis hiervan heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet. Het pand is volgens het college in een staat die niet voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl