Rb. Limburg 11 maart 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:2209
Beroep tegen last onder dwangsom en invordering. Overtredingen van het Bouwbesluit 2012 en de Woningwet vanwege een afgebrande schuur. Verweerder was bevoegd handhavend op te treden en heeft van die bevoegdheid gebruik kunnen maken. Geen bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder van handhavend optreden had moeten afzien. Ook is niet gebleken dat de voor eiseres nadelige gevolgen van handhavend optreden in dit geval onevenredig zijn. De last is niet te verstrekkend. Wel is de last in strijd met het formele rechtszekerheidsbeginsel vanwege het daarin ten onrechte opgenomen vereist zijn van een omgevingsvergunning. Dit gebrek wordt gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb omdat dit niet maakt dat de last voor eiseres onuitvoerbaar is geweest. Verweerder mocht ook tot invordering overgaan. De grond van eiseres dat de bevoegdheid tot invordering is verjaard slaagt niet. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1050
- ABRvS 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2457
- ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1613
- ABRvS 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:709
- ABRvS 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2546
- ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3467
- ABRvS 20 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1316
- ABRvS 18 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:817
- ABRvS 31 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4772