ABRvS 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1496

Bij besluit van 5 april 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verzoeken van de Woningstichting en [partij] om de stichting in een hogere bezoldigingsklasse in te delen, dan wel de stichting toe te staan met [partij] afspraken te maken over een hogere bezoldiging dan het toepasselijke bedrag, afgewezen. [partij] is sinds 2006 werkzaam als directeur-bestuurder bij de Woningstichting. Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens in werking getreden, waarmee de bezoldiging van topfunctionarissen die werkzaam zijn in de (semi)publieke sector, zoals [partij], is gemaximeerd. Ook is bepaald dat voor onder meer instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet, zoals de Woningstichting, een bezoldigingsklasseindeling mag worden gemaakt. Met de invoering van de Regeling normering topinkomens toegelaten instellingen volkshuisvesting zijn de toegelaten instellingen volkshuisvesting vanaf 1 januari 2014 ingedeeld in een bezoldigingsklasse.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen