Rb. Limburg 28 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:4335

Eisers hebben verweerder gevraagd eiseres in een hogere bezoldigingsklasse in te delen, dan wel eiseres toe te staan met eiser een hogere bezoldiging af te spreken dan het toepasselijke bedrag. De verzoeken zijn gebaseerd op artikel 2.7, derde en vierde lid, van de WNT. Verweerder heeft beide verzoeken afgewezen en zijn beslissingen na heroverweging gehandhaafd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit omdat het bestreden besluit in strijd met de WNT en het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel is genomen. Gezien de gebreken die aan het bestreden besluit kleven ziet de rechtbank niet de mogelijkheid het geschil finaal te beslechten. De rechtbank draagt verweerder daarom op een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen