ABRvS 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1315
Bij besluit van 21 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer ambtshalve de adresgegevens van [appellant] in de basisregistratie personen gewijzigd. [appellant] was in de brp ingeschreven op het adres [locatie A] te Deventer waar hij een woonwagen huurde. Het college heeft dat adres per 11 april 2019 gewijzigd in [locatie B], het woonadres van zijn echtgenote. Aan de adreswijziging heeft het college ten grondslag gelegd dat uit in het jaar 2018 gestart onderzoek in het kader van internetfraude en uitkeringsfraude is gebleken dat [appellant] zijn woonadres had op laatstgenoemd adres. [appellant] betoogt dat [locatie A] zijn woonadres was. Tot 15 januari 2019 woonde hij daar en sliep hij af en toe op het adres van zijn echtgenote, [locatie B]. Bij het onderzoek, waarvan de politierapporten in het dossier ontbreken, is daar post van hem aangetroffen omdat zijn vrouw de boekhouding deed. Van 16 januari 2019 tot 1 mei 2019 zat hij in detentie.
De uitspraak op rechtspraak.nl