ABRvS 30 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:938
Bij besluiten van 7 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap en hem ongewenst verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap krachtens artikel 14, vierde lid, van de RWN ingetrokken, omdat hij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid. De staatssecretaris heeft in dit verband verwezen naar het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam van 30 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:733. Daarin is onder meer bewezen verklaard dat [appellant] in de periode van 7 december 2014 tot en met 20 februari 2017 in Syrië heeft verbleven en zich in die periode heeft aangesloten bij Jabhat al-Nusra (thans Hay'at Tahrir al-Sham).
De uitspraak op rechtspraak.nl