ABRvS 2 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:702
Tijdens de zitting op 24 maart 2021 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad C.J. Borman (hierna: de staatsraad) bij de behandeling van de zaken nrs. 202004182/3/A3 en 202004252/3/A3. Aan het verzoek om wraking is het volgende ten grondslag gelegd. De rechtbank Rotterdam heeft op 22 oktober 2019 bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Awb, een beroep van [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard. [verzoeker] heeft hiertegen verzet gedaan. Op de zitting waar het verzet werd behandeld, heeft hij de behandelend rechter gewraakt. Bij beslissing van 16 juli 2020 is het verzoek om wraking afgewezen. Bij uitspraak van 24 juli 2020 is het verzet ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl