ABRvS 24 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:616

Bij besluit van 11 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om afgifte van een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 8 januari 2018 een urgentieverklaring aangevraagd. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij in 2016 is gescheiden en dat hij sindsdien dakloos is. Verder heeft hij aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat hij schulden heeft, en dat hij lijdt aan depressie, een hernia en levercirrose. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellant] vanaf 30 augustus 2018 een beschikking heeft in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Op grond hiervan heeft hij recht op maatschappelijke opvang, zorg, hulp en andere ondersteuning vanuit de WMO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken