Rb. Rotterdam 9 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1689
‘Verweerder heeft ten onrechte gesteld dat eiseres geen binding heeft met de regio. In artikel 2.3, tweede lid, onder h van Bijlage I van de Verordening is bepaald dat de urgentieverklaring wordt geweigerd indien de aanvrager niet woonachtig is binnen de regio. Deze bindingseis is te beperkt en onvoldoende in overeenstemming met artikel 14, derde lid, van de Hw 2014. Voorafgaande aan de aanvraag is eiseres gedurende tien jaar circa negen jaar onafgebroken ingezetene van Rotterdam geweest. Verweerder heeft wel terecht gesteld dat eiseres niet voldoet aan de urgentiegrond ‘Woonlasten’. Ten tijde van het primaire besluit huurden eiseres en haar voormalige vriend gezamenlijk een woning en betaalde de voormalige vriend de huur. Er was op dat moment dus geen sprake van woonlastenproblematiek. Beroep ongegrond.’
De uitspraak op rechtspraak.nl