ABRvS 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:362
Op 17 januari 2016 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze verzocht de dwangsom vast te stellen die het heeft verbeurd door niet tijdig te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 5 juni 2015, LEE 15/872. In deze zaak gaat het inhoudelijk om de vaststelling van de verbeurde dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een Wob-verzoek van [appellant] van 28 augustus 2014. De rechtbank Noord-Nederland had namelijk in de uitspraak van 5 juni 2015 het beroep wegens niet-tijdig beslissen op dat verzoek gegrond verklaard. Zij had het college opgedragen om binnen twee weken een besluit te nemen onder verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 4.200,00. Vast staat dat het college niet tijdig aan deze opdracht heeft voldaan en een dwangsom heeft verbeurd. Partijen verschillen van mening over de hoogte van de dwangsom.
De uitspraak op rechtspraak.nl