ABRvS 13 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:35
Bij besluit van 25 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de bedrijfswoning op het perceel aan de [locatie] in Kring van Dorth. [vergunninghouder] woont op het perceel en heeft een omgevingsvergunning gevraagd om de boerderij waarin hij woont te kunnen verbouwen. De verbouwing is met name inpandig. Aan de buitenkant verandert een gedeelte van de rechterzijgevel. Het college heeft bij besluit van 25 april 2018 aan [vergunninghouder] op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de gevraagde omgevingsvergunning verleend. [appellant A] en [appellant B] wonen in de omgeving van het perceel. Zij zijn het niet eens met de vergunningverlening, met name omdat zij vrezen voor meer verkeershinder. Het college heeft bij besluit van 19 september 2018 hun bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl