Rb. Den Haag 1 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18453
De minister heeft het handhavingsverzoek op de juiste wijze beoordeeld. De minister mocht het verzoek niet-ontvankelijk verklaren, omdat het niet specifiek genoeg is. Het verzoek gaat over misstanden in de gehele visserijsector en niet over een overtreding van een specifiek bedrijf. Als eiseres vindt dat de minister in het algemeen onvoldoende doet om overbevissing tegen te gaan dan kan alleen de burgerlijke rechter dit beoordelen. De bestuursrechter kan alleen een oordeel geven over besluiten van de minister die gaan over handhavingsverzoeken om op te treden tegen een specifieke overtreding.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:685
- ABRvS 13 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:35
- ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2620
- ABRvS 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:671
- CBb 18 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:128
- CBb 17 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:368
- CBb 30 oktober 2013, ECLI:NL:CBB:2013:219
- CBb 15 april 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM3228