ABRvS 22 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2892

Bij besluit van 9 maart 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] tot herziening van het kindgebonden budget over 2016 en 2017 afgewezen. [appellante] heeft over de berekeningsjaren 2016 en 2017 kindgebonden budget in de vorm van voorschotten ontvangen. Daarbij heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget verhoogd met de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders, de zogenoemde alleenstaande ouderkop. Op 29 mei 2018 is in de Basisregistratie personen (hierna: de BRP) geregistreerd dat [appellante] sinds 24 augustus 1993 getrouwd is met [echtgenoot]. Bij besluiten van 9 en 16 november 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget van [appellante] over respectievelijk 2016 en 2017 definitief berekend en een bedrag van in totaal € 5.546,- aan teveel ontvangen voorschotten van haar teruggevorderd. Daarbij heeft de Belastingdienst/Toeslagen [echtgenoot] als toeslagpartner van [appellante] aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken