ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2619
Bij besluiten van 10 mei 2019 en 7 juni 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen voorschotten kindgebonden budget (€ 1.152,00) en zorgtoeslag (€ 594,00) van [appellant] over 2018 herzien. [appellant] heeft voorschotten kindgebonden budget en zorgtoeslag over 2018 en 2019 ontvangen. Hij kan zich niet vinden in de hoogte van deze voorschotten. Met name omdat hij hoge zorgkosten voor zijn zoon heeft, die hij zonder de toeslagen met een alleenstaande ouderkop (hierna: de ALO-kop) niet kan betalen. Sinds 21 januari 2006 is [appellant] gehuwd met [echtgenote]. Zij hebben samen een zoon. Hun zoon is gediagnosticeerd met suikerziekte. [echtgenote] en haar zoon wonen in Marokko, [appellant] in Nederland. [appellant] heeft een Nederlandse zorgverzekering. [echtgenote] is voor de zorgverzekering meeverzekerd via het Centraal Administratiekantoor.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1071
- ABRvS 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1072
- ABRvS 14 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2416
- ABRvS 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:180
- ABRvS 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3727
- ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3468
- ABRvS 6 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2397
- ABRvS 28 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH1142