ABRvS 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2557
Bij besluit van 22 juli 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om afgifte van een rijbewijs afgewezen. [appellant] heeft op 22 juli 2019 een rijbewijs aangevraagd. Bij besluit van dezelfde dag heeft de burgmeester deze aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet rechtmatig in Nederland verblijft. De commissie heeft vastgesteld dat [appellant] de Turkse nationaliteit heeft. Gelet op artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 kan aan hem een rijbewijs worden afgegeven als hij rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder l, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierin is bepaald dat een vreemdeling uitsluitend rechtmatig verblijf in Nederland heeft als hij verblijfsrecht ontleent aan Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Turkije (hierna: Besluit nr. 1/80).
De uitspraak op rechtspraak.nl