Rb. Midden-Nederland 6 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4958

Voorlopige voorziening gaat over het ongeldig verklaarde rijbewijs van verzoeker. Na een controle is gebleken dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland zoals bedoeld in artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet, wat maakt dat het rijbewijs nooit afgegeven had mogen worden. De vraag of de Wegenverkeerswet in strijd is met de Rijbewijsrichtlijn leent zich niet voor afdoening in een voorlopige voorzieningsprocedure. Belang bij het treffen van een voorlopige voorziening valt wel in het voordeel van verzoeker uit. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken