ABRvS 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1618

Bij besluit van 10 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de kosten van toepassing van bestuursdwang vastgesteld en bij [appellante] in rekening gebracht. Het college heeft enkele jaren geleden vastgesteld dat een [woonschip] dat in het kadaster op naam van [appellante] stond, was afgemeerd op een locatie die niet bestemd en aangewezen is als ligplaats. Het woonschip bevatte asbesthoudend materiaal en was op die locatie deels gesloopt. [appellante] heeft wel een vergunning voor een andere ligplaats. Na deze vaststelling heeft het college [appellante] bij besluit van 11 maart 2016 gelast om het woonschip te verslepen naar de ligplaats waarvoor zij wél een vergunning heeft, of om het woonschip uit de Haagse binnenwateren te verwijderen en verwijderd te houden. De dwangsommen bij het niet-tijdig voldoen aan de last zijn in dat besluit bepaald op € 500,- per dag, met een maximum van € 5000,-.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken