ABRvS 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1550
Bij besluit van 6 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is van Palestijnse afkomst en staatloos. Hij is als vluchteling geregistreerd bij de ‘United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East’. Hij heeft in Nederland asiel aangevraagd, omdat hij stelt in de Gazastrook ondanks bijstand van de UNRWA in een uitzichtloze en onveilige situatie te verkeren. De staatssecretaris heeft zijn aanvraag afgewezen, omdat op grond van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag dit verdrag niet van toepassing is op de vreemdeling. Deze uitspraak gaat over de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris de gevraagde vergunning moet verlenen en of de staatssecretaris deugdelijk heeft gemotiveerd dat de UNRWA in staat is in de Gazastrook levensomstandigheden te bieden die stroken met haar opdracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl