ABRvS 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1453
Bij besluit van 28 april 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een kampeerterrein bij een agrarische onderneming op het perceel [locatie 1] in Lies. [vergunninghouder] heeft een boerderij op het perceel [locatie 1] in Lies. In zijn boerderij en in het gebouw daarachter bevinden zich 5 recreatieappartementen. Hij wil op de zuidelijke zijde van het perceel een kampeerterrein exploiteren. Dit is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Polder", omdat de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - kamperen bij de boer" niet is toegekend aan het perceel. Het college heeft daarom de omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang gelezen met artikel 3.5, aanhef en onder g, van de regels van het bestemmingsplan.
De uitspraak op rechtspraak.nl