Rb. Den Haag 23 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:17100

[adoptie, 3.27 Vb, Brummen, 8 EVRM; belangen kind] Verblijf als adoptiekind. De rechtbank heeft eerder een oordeel gegeven over de vraag of de vreemdeling voldoet aan artikel 3.27 Vb. Hiertegen is geen hoger beroep ingesteld en de vreemdeling heeft ook niet gesteld dat sprake is van bijzondere omstandigheden die ertoe moeten leiden dat het niet instellen daarvan hem niet mag worden tegengeworpen. Dat betekent, ook omdat de nu overgelegde stukken niet kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, dat het besluit, voor zover dat ziet op artikel 3.27 Vb, niet opnieuw kan worden getoetst. De beroepsgrond dat de staatssecretaris een positieve verplichting had om de vreemdeling in het kader van artikel 8 EVRM een mvv te verlenen slaagt niet. De door de staatssecretaris verrichte belangenafweging kan namelijk de toetsing in rechte doorstaan. Daarbij mocht de staatssecretaris zwaar laten meewegen dat onvoldoende is gebleken van een objectieve of subjectieve belemmering om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen. Tot slot kan de staatssecretaris gevolgd worden in zijn standpunt dat hij de belangen van het kind voldoende heeft meegewogen en in de uitkomst van die belangenafweging, in die zin dat deze belangen niet nopen tot verlening van de gevraagde mvv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken