ABRvS 6 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1450
Bij besluit van 1 oktober 2018 heeft de minister de aanwijzing van 14 november 2011 van de Stint als bijzondere bromfiets geschorst. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak, voor zover thans van belang, overwogen dat de minister het intrekkingsbesluit heeft mogen nemen, maar dat hij in het kader van de evenredigheid had moeten bezien welke vorm van compensatie of schadevergoeding aan partijen moet worden aangeboden. Daarbij dient de minister naar het oordeel van de rechtbank te betrekken dat hij het aanwijzingsbesluit, zowel naar huidige inzichten als naar de inzichten ten tijde van het nemen van dat besluit, niet had mogen nemen, onder meer omdat de technische keuring onder de maat is gebleken. Door de Stint niettemin aan te merken als bijzondere bromfiets die de openbare weg op kan, zijn de fabrikant en kopers/gebruikers van de Stint in de gerechtvaardigde veronderstelling gebracht dat de Stint veilig kon worden gebruikt voor het vervoer van met name jonge kinderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl