ABRvS 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:797

Bij besluit van 13 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede besloten tot invordering van een door [appellant] verbeurde dwangsom van € 40.000,-. [appellant] exploiteert een pluimveebedrijf in Ederveen. Op 18 september en 31 oktober 2017 heeft een toezichthouder van de omgevingsdienst De Vallei vastgesteld dat er op het perceel 10.340 liter en 7.500 liter aan gevaarlijke stoffen werd opgeslagen. In november 2017 heeft het college [appellant], die de opslag van gevaarlijke stoffen inmiddels had beëindigd, onder oplegging van een dwangsom gelast om de opslag van gevaarlijke stoffen op het perceel beëindigd te houden. Tegen dit besluit heeft [appellant] geen bezwaar gemaakt. Op 9 april 2018 heeft een toezichthouder geconstateerd dat op het perceel 700 liter aan gevaarlijke stoffen werd opgeslagen. Volgens het college is hiermee niet aan de last voldaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken