ABRvS 5 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:352
Bij besluit van 1 december 2017 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een verzoek van [appellante] om inzage in het dossier van haar en haar zoon gedeeltelijk toegewezen. De toen zevenjarige zoon van [appellante] is april 2016 geschorst van de basisschool wegens wangedrag. [appellante] had met de school een afspraak om te overleggen over de voorwaarden waaronder haar zoon de lessen weer kon hervatten. Daarop heeft [appellante] gereageerd met de mededeling dat zij niet wilde spreken over de schorsing en dat zij het uitsluitend wilde hebben over de te plegen observatie. De school heeft haar medegedeeld dat eerst over de schorsing gepraat moest worden en dat anders er een nieuwe schorsing voor haar zoon zou volgen. Vervolgens is haar zoon opnieuw geschorst voor vier dagen en is [appellante] uitgenodigd voor een gesprek op het kantoor van de onderwijskoepel. Dit gesprek heeft niet plaatsgevonden en haar zoon is wederom geschorst voor vijf dagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 7 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1519
- ABRvS 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3373
- ABRvS 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4144
- HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663
- HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4664
- HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3529
- HR 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0148
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2081