ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2880
Bij uitspraak van 13 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3847, heeft de Afdeling het door [appellante] ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 juli 2018 in zaak nr. 17/3816 gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van de staatssecretaris van 22 september 2017 in stand zijn gelaten, en de uitspraak voor het overige bevestigd. De minister heeft het verzoek van [appellante] om kwijtschelding van de bij de Dienst Uitvoering Onderwijs afgesloten lening van € 8.875,28 afgewezen, omdat zij geen rechtmatig verblijf heeft op basis van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd en zij niet verblijft bij een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 4.1a, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 4.13, derde lid, van het Besluit inburgering.
De uitspraak op rechtspraak.nl