CRvB 21 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1845

De groep vreemdelingen die verkeert in de situatie dat de medische behandeling een permanent karakter blijkt te hebben had, zoals uit 4.7 volgt, aanvankelijk een aanspraak op studiefinanciering. Er is geen enkel aanknopingspunt dat het een bewuste keuze van regelgever is geweest om vreemdelingen die in een dergelijke situatie verkeren na inwerkingtreding van de Vw 2000 voortaan anders te behandelen en aan hen derhalve voortaan welbewust een aanspraak op studiefinanciering te onthouden. Het moet ervoor worden gehouden dat de regelgever verzuimd heeft deze groep na inwerkingtreding van de Vw 2000 onder de uitzonderingen te laten vallen. Tegen deze achtergrond bezien heeft de regelgever, door niet (ook) aan de verblijfsvergunning die is verleend onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden verband houdend met de beperking medische behandeling een aanspraak op studiefinanciering te verbinden, een ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt binnen de groep vreemdelingen die een verblijfsvergunning onder de beperking niet-tijdelijk humanitair hebben. Het gemaakte onderscheid is dan ook in strijd met artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM, en met artikel 14 van het EVRM in combinatie met artikel 2 van het EP. Nu betrokkene een verblijfsvergunning onder de beperking verblijf als familie- of gezinslid heeft bij haar broer aan wie ten tijde van belang een verblijfsvergunning is verleend onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden verband houdend met de eerdere beperking medische behandeling, is, gelet op wat onder 4.8 is overwogen, aan betrokkene ten onrechte op grond van de verblijfsstatus van haar broer een aanspraak op studiefinanciering onthouden. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, met (enige) verbetering en aanvulling van gronden, voor bevestiging in aanmerking komt. Betrokkene heeft dus, zoals de rechtbank heeft vastgesteld, vanaf 1 februari 2018 recht op studiefinanciering. Aanleiding bestaat om de minister te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken