ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2624
Bij besluit van 26 september 2017, met als verzenddatum 28 september 2017, heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verleende toevoeging ingetrokken. De raad heeft aan [appellant] een toevoeging verleend in het kader van een civiele procedure. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in die procedure op 18 juli 2017 uitspraak gedaan. Bij besluit van 26 september 2017 heeft de raad de eerder verleende toevoeging ingetrokken op grond van artikel 34g van de Wrb. Aan deze intrekking heeft de raad ten grondslag gelegd dat de procedure voor [appellant] heeft geresulteerd in een vordering van € 26.309,00 met wettelijke rente en dit bedrag hoger is dan 50% van het heffingsvrije vermogen (dat is € 12.500,00).
De uitspraak op rechtspraak.nl