ABRvS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2521
Bij onderscheiden besluiten van 1 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant sub 2], [appellanten sub 3] ieder afzonderlijk een bestuurlijke boete van € 24.000,- opgelegd. [appellant sub 2], [appellanten sub 3] hebben samen een aannemersbedrijf in de vorm van een vennootschap onder firma. Samen zijn zij daarnaast eigenaren van de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam. Zij zijn ook eigenaren van vier appartementen aan de [locatie 3]. Zij hebben onderling afgesproken dat [appellant sub 2] verantwoordelijk is voor het beheer en de verhuur van deze woningen die zij zien als pensioenbelegging. In deze zaak gaat het over de twee woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2]. Volgens de basisregistratie personen stonden ten tijde van het onderzoek door de gemeente Amsterdam naar deze woningen, drie personen ingeschreven op het adres [locatie 1] en stond niemand ingeschreven op het adres [locatie 2].
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1336
- ABRvS 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:396
- ABRvS 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:103
- ABRvS 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3728
- ABRvS 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2833
- ABRvS 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1950
- ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3475
- Rb. Amsterdam 23 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7771
- ABRvS 14 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3155