ABRvS 29 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1814

Bij besluit van 17 oktober 2017 heeft de burgemeester van Leiden een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen [persoon] afgewezen. Op 15 augustus 2017 heeft [appellant] de burgemeester verzocht op grond van artikel 151d van de Gemeentewet handhavend op te treden tegen de volgens hem ernstige en herhaaldelijke hinder vanuit de woning van [persoon]. [appellant] heeft in zijn verzoek te kennen gegeven dat deze overlast onder meer bestond uit verbouwingswerkzaamheden aan de woning en de daaruit voortvloeiende geluidsoverlast. De burgemeester heeft het verzoek van [appellant] afgewezen, omdat hij de door [appellant] ervaren overlast niet beschouwt als ernstige en herhaaldelijke hinder als bedoeld in artikel 2.79, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening 2015. Daarbij heeft de burgemeester verwezen naar het rapport van de toezichthouder van 20 februari 2017 over de controles die hij op 27 december 2016 en 17 februari 2017 heeft verricht van de woning van [persoon].

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken