ABRvS 24 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1468

Bij verwijzingsuitspraak van 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1148, heeft de Afdeling het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht antwoord te geven op door haar gestelde vragen, de behandeling van het hoger beroep geschorst en iedere verdere beslissing aangehouden. Deze zaak gaat over financiële sancties, waaronder het bevriezen van tegoeden, die de minister aan [appellant] heeft opgelegd, omdat hij volgens de minister betrokken was bij terroristische activiteiten. Volgens de minister speelde [appellant] een actieve rol binnen de organisatie "Liberation Tigers of Tamil Eelam", vooral door het inzamelen van geld voor de LTTE. De LTTE heeft een gewapende strijd gevoerd, gericht op het vestigen van een zelfstandige staat voor de etnische Tamilminderheid op Sri Lanka. De sancties waren onder meer gebaseerd op het feit dat de LTTE is geplaatst op een Europese lijst van terroristische organisaties en personen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken