ABRvS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3537
Bij besluit van 4 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit en heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Griekenland volgens hem verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan (artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000). Griekenland heeft hiermee ingestemd. Volgens de vreemdeling mag de staatssecretaris hem niet overdragen aan Griekenland door ernstige gebreken in de opvangvoorzieningen en de asielprocedure daar. Dit is een van de eerste zaken sinds lange tijd waarin de staatssecretaris een vreemdeling krachtens de Dublinverordening wil overdragen aan Griekenland.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3538
- ABRvS 5 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:353
- ABRvS 11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:505
- ABRvS 21 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2788
- EHRM 21 januari 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0121JUD003069609
- ABRvS 17 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:1184
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2011:865
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218