ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7577
Verlenen revisievergunning als bedoeld in art. 8.4, lid 1 van de Wet milieubeheer voor een honden- en kattenpension annex paardenhouderij. Appellant sub 3 en appellant sub 4 stellen dat met de aangevraagde situatie de verkeersoverlast in de omgeving zal toenemen, nu het aantal verkeersbewegingen toeneemt. Appellant sub 3 heeft ter zitting toegelicht dat reeds veel hinder wordt ondervonden van het verkeer van en naar de trimsalon. De toename van het aantal verkeersbewegingen heeft volgens hem een nadelig effect op al bestaande parkeerhinder op de openbare weg en de verkeersveiligheid voor onder meer fietsende jeugd. Het belang van de verkeersveiligheid vindt bescherming in andere regelgeving, zoals de Wegenverkeerswet, en betreft niet het belang van de bescherming van het milieu in de zin van de artt. 8.10 en 8.11 van de Wet milieubeheer. De gevolgen van het in werking zijn van de inrichting voor de verkeersveiligheid konden voor het college dan ook geen aanleiding zijn om de gevraagde vergunning te weigeren of daaraan voorschriften te verbinden. Ook het belang van het voorkomen of beperken van parkeer- en verkeershinder, zoals onder 7 omschreven, vindt bescherming in andere regelgeving, zoals de Wegenverkeerswet. Anders dan in eerdere uitspraken, is de Afdeling thans van oordeel dat ook dit belang niet het belang van de bescherming van het milieu in de zin van de artikelen 8.10 en 8.11 van de Wet milieubeheer betreft. Anders dan in die eerdere uitspraken is overwogen, is er wat dit belang betreft geen plaats voor een aanvullende toets in het kader van de Wet milieubeheer ten opzichte van die andere regelgeving, zoals de Wegenverkeerswet.
De uitspraak op rechtspraak.nl