ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY7986
Bij uitspraak heeft de Rb. het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, het college opgedragen binnen twee weken een besluit bekend te maken en bepaald dat het college aan appellant een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,00. In hoger beroep verzoekt appellant het college te veroordelen tot betaling van het maximum van € 15.000,00 omdat het college volgens hem nog geen besluit heeft genomen op zijn verzoek om openbaarmaking van informatie. De Afdeling overweegt dat haar geen bevoegdheid is toegekend om een partij - in dit geval het college - te veroordelen tot betaling van een door de Rb. aan haar uitspraak verbonden nadere dwangsom als bedoeld in art. 8:55d Awb. Aan inhoudelijke behandeling van het daartoe strekkende verzoek, waarbij onder meer dient te worden beoordeeld of het college de dwangsom heeft verbeurd, wordt daarom niet toegekomen. Ter beslechting van een geschil over de verschuldigdheid van de desbetreffende dwangsom kan appellant zich tot de burgerlijke rechter wenden. De Afdeling is in zoverre onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl