Rb. Zeeland-West-Brabant 22 februari 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:1329

Art. 6:22, 7:4, 8:42 en 8:55d Awb; art. 3.2, 3.8, 3.25, 3.30a en 8.12 Wet IB 2001; art 1 EP EVRM; N.a.v. een boekenonderzoek m.b.t. de ondernemingen van belanghebbenden zijn aan hen navorderingsaanslagen IB opgelegd. Bij tussenuitspraak heeft de rechtbank o.m. geoordeeld dat de inspecteur uitspraken op bezwaar heeft gedaan. Er is geen aanleiding om terug te komen op die tussenuitspraak. Vanwege de schending van de hoorplicht en het motiveringsbeginsel is de bestuurlijke lus toegepast en zijn de uitspraken op bezwaar vernietigd. De rechtbank heeft de navorderingsaanslagen verminderd omdat diverse door belanghebbenden opgevoerde kosten (toch) als zakelijke kosten moeten worden aangemerkt. De rechtbank is onbevoegd om te oordelen over de toekenning van de nadere dwangsommen als bedoeld in art. 8:55d van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken