ABRvS 13 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7955

Uit de hiervoor weergegeven overwegingen van het EHRM [arrest Sufi en Elmi 278-293] volgt dat, nu de humanitaire omstandigheden in Zuid en Centraal Somalië, waar Shabelle Hoose is gelegen, in overwegende mate veroorzaakt worden door de handelingen van de bij het conflict betrokken partijen, het EHRM van oordeel is dat aan de hand van de criteria neergelegd in het arrest in de zaak M.S.S. getoetst moet worden of een vreemdeling bij terugkeer naar die delen in Somalië door de humanitaire omstandigheden aldaar een reëel risico loopt op een met art. 3 van het EVRM strijdige behandeling. (…) Dat bij de beoordeling of een vreemdeling bij terugkeer naar Zuid- en Centraal-Somalië door de humanitaire omstandigheden aldaar een reëel risico loopt op een met art. 3 van het EVRM strijdige behandeling aan de criteria van het arrest in de zaak M.S.S. moet worden getoetst, laat onverlet dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat in zijn geval aan die criteria wordt voldaan. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat de humanitaire omstandigheden in zijn gebied van herkomst van dien aard zijn dat hij bij terugkeer een reëel risico op schending van art. 3 van het EVRM loopt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen