ABRvS 13 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8148

Afwijzing aanvraag van het college om een specifieke uitkering ten behoeve van de gemeente voor de excessieve kosten van een archeologische opgraving bij het project De Pannerd in Pannerden. Ingevolge art. 3, aanhef en onder a, van het Bamz dient een aanvraag om een specifieke uitkering voor de excessieve kosten van een archeologische opgraving vergezeld te gaan van het besluit waarbij de verplichting tot het doen van opgravingen is opgelegd. Naast deze formele bepaling geldt art. 10 van het Bamz, waarin gronden voor het geheel of gedeeltelijk weigeren van een specifieke uitkering zijn opgenomen. Het college wordt niet gevolgd in zijn betoog dat de staatssecretaris na het in behandeling nemen van de aanvraag alleen kan toetsen aan de weigeringsgronden in art. 10 van het Bamz. Deze bepaling kan geen afbreuk doen aan de gelding van art. 34a, eerste lid, van de Monumentenwet 1988. In die bepaling is uitdrukkelijk als voorwaarde voor het verstrekken van een specifieke uitkering gesteld dat door het gemeentebestuur de verplichting tot het doen van opgravingen is opgelegd. Art. 10 staat er dan ook niet aan in de weg dat, indien bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag en overgelegde stukken naar voren komt dat de in art. 34a, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 vereiste verplichting tot het doen van opgravingen ontbreekt, de staatssecretaris de aanvraag om die reden kan afwijzen. Uit het voorgaande volgt voorts dat, anders dan het college betoogt, de staatssecretaris in het geval van het ontbreken van die verplichting niet gehouden is de aanvraag buiten behandeling te laten. Los van voornoemde wetsuitleg volgt dit oordeel ook uit de uitspraak van de Afdeling van 23 januari 2002 in zaak nr. 200102168/1, LJN: AD8980. Daarin is overwogen dat indien de aanvrager een gevraagd stuk niet heeft overgelegd en het bestuursorgaan vervolgens geen gebruik heeft gemaakt van de hem in art. 4:5 van de Awb gegeven discretionaire bevoegdheid de aanvraag niet te behandelen, dit niet betekent dat het ontbreken van het gevraagde stuk niet zou mogen leiden tot afwijzing van het verzoek. Ongegrond hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen