ABRvS 16 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW5914

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 februari 2011 in zaak nr. 201003683/1/H1, LJN: BP5441), wordt het besluit op bezwaar genomen met inachtneming van de feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar en de te dien tijde geldende rechts- en beleidsregels. Ten gevolge van een wijzing van de Woningwet diende ten tijde van het besluit van het college om appellant sub 2 bouwvergunning eerste fase te verlenen, de toetsing aan de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening plaats te vinden in het kader van de aanvraag om bouwvergunning tweede fase, en diende ten tijde van het thans aan de orde zijnde besluit op bezwaar de toetsing aan de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening plaats te vinden in het kader van de aanvraag om bouwvergunning eerste fase. Als gevolg hiervan zouden de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening noch bij de beoordeling van de aanvraag bouwvergunning eerste fase, noch bij de beoordeling van de aanvraag bouwvergunning tweede fase kunnen worden betrokken. De Rb. (Rb. Arnhem, 25-02-2011, 09/4276 en 09/4423, LJN: BP7687) heeft terecht overwogen dat de wet op dit punt niet voorziet in een regeling, terwijl uit de wet noch uit de geschiedenis van de het per 15 juli 2009 gewijzigde art. 56a van de Woningwet (kamerstukken II 2008/2009, 31750, nr. 3, blz. 17) kan worden afgeleid dat een dergelijke leemte is beoogd. In de wetsgeschiedenis is vermeld dat de toets aan de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening pas kan komen te vervallen wanneer de bestemmingsplannen, ten aanzien waarvan stedenbouwkundige voorschriften in de bouwverordening een aanvullende werking hebben, overeenkomstig de actualiseringregeling in de Wro en de overgangsregeling in de Invoeringswet Wro zijn vervangen. De Rb. heeft hieruit met juistheid afgeleid dat is beoogd dat tot die tijd, indien nodig, aan die stedenbouwkundige voorschriften wordt getoetst, ook bij gefaseerde bouwvergunningen. Dit volgt ook uit de omstandigheid dat zowel de Woningwet, zoals die luidde tot 15 juli 2009, als de Woningwet, zoals die nadien heeft geluid, voorzagen in een beoordeling van de stedenbouwkundige voorwaarden op enig moment. Nu aangenomen moet worden dat deze leemte in de wet niet is beoogd, heeft de Rb. hierin met juistheid aanleiding gezien om de stedenbouwkundige voorschriften bij de thans voorliggende beoordeling van de tweede fase te betrekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen