Rb. Arnhem 25 februari 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP7687

Gevolgen naar aanleiding van de wijzigingen van artikel 56a Woningwet per 1 juli 2008 en 15 juli 2009. Toetsing stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening bij verlening van een bouwvergunning 1e en 2e fase. Uitgangspunt is dat een bestreden besluit getoetst moet worden aan de op het moment van het nemen van dat besluit geldende regelgeving. Echter in de voorliggende procedure heeft dit tot gevolg dat op de aanvraag bouwvergunning eerste fase en de aanvraag bouwvergunning tweede fase een uiteenlopend wetsregime van toepassing is, als gevolg waarvan de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening noch bij de beoordeling van de aanvraag bouwvergunning eerste fase, noch bij de beoordeling van de aanvraag bouwvergunning tweede fase zouden kunnen worden betrokken. De wet voorziet op dit punt niet in een regeling, terwijl uit de wet noch de wetsgeschiedenis van de aanpassing per 15 juli 2009 kan worden afgeleid dat een dergelijke leemte beoogd is. Nu aangenomen moet worden dat niet beoogd is een leemte te doen ontstaan, moet worden geoordeeld dat de ontstane leemte een kennelijke omissie van de wetgever is. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de stedenbouwkundige voorschriften bij de thans voorliggende beoordeling van de tweede fase te betrekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen