ABRvS 1 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8595

De enkele omstandigheid dat ten tijde van de inbewaringstelling van de vreemdeling een vreemdeling op strafrechtelijke titel in het detentiecentrum Zaandam verbleef, doet geen afbreuk aan het karakter van het detentiecentrum als speciale inrichting in de zin van artikel 16, eerste lid, van de richtlijn. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat in het detentiecentrum Zaandam volgens vaste gedragslijn louter vreemdelingen op strafrechtelijke titel verblijven die aldaar reeds een maatregel van vreemdelingenbewaring ondergingen en een straf of vervangende hechtenis van ten hoogste tien dagen ondergaan, terwijl de minister gedurende de strafrechtelijke onderbreking onverminderd doorgaat met het verrichten van handelingen ter fine van de uitzetting. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat artikel 16, eerste lid, van de richtlijn is geschonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen