ABRvS 25 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3728

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 6 augustus 2003 in zaak nr. 200206222/1 (AB 2003, 355), heeft het niet instellen van hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank, waarbij de rechtbank een eerder besluit heeft vernietigd, tot gevolg dat, indien in beroep tegen het nieuwe besluit op de aanvraag beroepsgronden worden aangevoerd die door de rechtbank in die eerdere uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen, de rechtbank van de juistheid van het eerder gegeven oordeel over die beroepsgronden heeft uit te gaan. Uit de uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2007 in zaak nr. 200700449/1 (www.raadvanstate.nl) volgt dat slechts nieuw gebleken feiten of omstandigheden een hernieuwde beoordeling van een eerder verworpen beroepsgrond kunnen rechtvaardigen. De voorzieningenrechter heeft blijkens de uitspraak van 25 september 2009 uitdrukkelijk en zonder voorbehoud overwogen dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat en toereikend heeft gemotiveerd waarom het relaas positieve overtuigingskracht mist en derhalve ongeloofwaardig is. Gelet daarop heeft de rechtbank niet onderkend dat slechts indien de door de vreemdeling overgelegde dreigbrieven kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of omstandigheden dit een hernieuwde beoordeling van de geloofwaardigheid van het relaas door de rechter zou kunnen rechtvaardigen. Nu de inhoud van de door de vreemdeling thans in origineel overgelegde dreigbrieven reeds door de voorzieningenrechter bij zijn oordeel zijn betrokken, is reeds daarom geen sprake van nieuw gebleken feiten of omstandigheden. De rechtbank heeft mitsdien ten onrechte opnieuw een oordeel gegeven over de geloofwaardigheid van het asielrelaas.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen