ABRvS 20 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU9578

Gezien voormelde beslissingen van het CTG die de Afdeling in dit kader als uitgangspunt neemt, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat het BMA-advies van 31 juli 2009 en de nadien uitgebrachte BMA-nota's van 21 maart en 12 mei 2010, waarin aan het aspect van de veilige behandelomgeving aandacht is besteed, zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat de inhoud daarvan inzichtelijk is. Dit in aanmerking genomen en nu uit laatstvermelde nota's niet blijkt dat het BMA twijfel heeft geuit over de effectiviteit van de behandeling in Azerbeidzjan en Armenië, heeft de minister, door die nota's en het BMA-advies van 31 juli 2009 aan zijn besluit van 24 juni 2010 ten grondslag te leggen, niet in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb gehandeld. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen