Rb. 's-Gravenhage 21 maart 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2904

Artikel 64 Vw vergewisplicht, gerede twijfel over de effectiviteit van de behandeling in het land van herkomst/de noodzaak van een veilige behandelomgeving De rechtbank heeft reeds in haar tussenuitspraak aangegeven dat uit advies en de aanvullende nota’s van het BMA niet blijkt dat de BMA-arts heeft beoordeeld of de door de behandelaar verstrekte informatie aanleiding geeft tot gerede twijfel over de effectiviteit van de in het algemeen verkrijgbare medische behandeling in het land van herkomst, terwijl daar naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de inhoud van onder meer de brief van de behandelaar, wel aanleiding voor was. Het BMA heeft vervolgens een nota uitgebracht waarin, voor zover hier relevant, wordt volstaan met een verwijzing naar passages uit het BMA-protocol. De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 december 2011 (LJN: BU9578), en 18 april 2012 (LJN: BW4268) waarin is overwogen dat de arts van het BMA, wanneer de behandelaars hun oordeel over de noodzaak van een veilige behandelomgeving hebben toegespitst op de aard en het ontstaan van de psychische klachten van de desbetreffende vreemdeling en de daarop betrekking hebbende specifieke omstandigheden, in zijn advies ook aandacht moet besteden aan de door de behandelaars gestelde voorwaarde en noodzaak van een veilige behandelomgeving. Nu de behandelaars in de onderhavige zaak hun oordeel over de noodzaak van een veilige behandelomgeving hebben toegespitst op de aard en het ontstaan van de psychische klachten van eiseres en de daarop betrekking hebbende specifieke omstandigheden, maar het BMA dit niet kenbaar bij de advisering heeft betrokken, is het BMA-advies onvoldoende inzichtelijk en heeft verweerder het besluit ten onrechte daarop gebaseerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen