ABRvS 9 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU8626

Uit onder meer de uitspraak van de Afdeling van 14 april 2011 in zaak nr. 201011816/1 (www.raadvanstate.nl) volgt dat in artikel 4, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav) en het daarop gebaseerde Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (hierna: het Besluit), uitputtend is geregeld aan welke vreemdelingen een aantekening wordt afgegeven waaruit blijkt dat hun is toegestaan arbeid te verrichten. De door de staatssecretaris aan de vreemdeling afgegeven aantekening dat hem niet is toegestaan arbeid te verrichten, is derhalve een mededeling over de rechtstreeks uit de wet volgende rechtspositie van de vreemdeling. Die aantekening is niet op enig rechtsgevolg gericht en is derhalve geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Die aantekening houdt echter wel een voor de vreemdeling in het rechtsverkeer relevante mededeling in over zijn positie als vreemdeling op de arbeidsmarkt en is derhalve een appellabele feitelijke handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000). Nu tot deze uitspraak geen uitsluitsel bestond over de vraag of een aantekening als thans aan de orde een besluit, een appellabele feitelijke handeling of geen van beide is, de vreemdeling eerst na afloop van de wettelijke bezwaartermijn professionele rechtsbijstand heeft ingeschakeld en hij toen binnen een redelijke termijn alsnog bezwaar heeft gemaakt, is de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen