Rb. 's-Gravenhage 18 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3718

Uit de uitspraak van de Afdeling van 9 december 2011 (LJN: BU8626) blijkt – kort gezegd – dat de niet-geregistreerde en niet-gehuwde partner van een Unieburger geen recht heeft op de aantekening dat arbeid vrij is toegestaan gedurende de aanvraagprocedure van de afgifte van een verblijfsdocument. Eisers beroepsgrond slaagt dan ook niet. Eiser heeft verder gesteld dat de Afdeling in de uitspraak van 14 september 2011 ten onrechte voorbij is gegaan aan de bedoeling van de wetgever om de niet-gehuwde niet geregistreerde partners van Unieburgers gelijk te stellen met geregistreerde en gehuwde partners. Art. 112 Vw 2000 biedt geen ruimte om naast de limitatieve opsomming van art. 8 Vw 2000 in een verblijfsrecht te voorzien. Deze beroepsgrond kan niet slagen. De Rb. ziet in hetgeen eiser heeft betoogd onvoldoende aanknopingspunt voor de stelling dat de wetgever de ongehuwde en niet-geregistreerde partner van een EU-onderdaan ten aanzien van de toegang tot de arbeidsmarkt met een gemeenschapsonderdaan gelijk heeft willen stellen, voor dat deugdelijk bewijs van de duurzame relatie is geleverd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen