ABRvS 16 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU5035
Zoals de rechtbank heeft overwogen, is aan artikel?68?van de Vw?2000, noch aan de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling, een argument te ontlenen voor de mogelijkheid om een ongewenstverklaring met terugwerkende kracht op te heffen tot voor de datum van het verzoek daartoe. Evenmin biedt dit artikel een aanknopingspunt voor de opvatting dat dit niet mogelijk is. Dat een ongewenstverklaring niet van rechtswege eindigt en dat voor beëindiging daarvan om een besluit tot opheffing dient te worden verzocht, laat onverlet dat hieruit niet volgt dat de ingangsdatum van opheffing is gebonden aan de datum van het verzoek, zoals ingevolge artikel?26, eerste lid, van de Vw?2000 en artikel 44, tweede lid, van de Vw?2000 wel het geval is bij de ingangsdatum van een verleende verblijfsvergunning. Er bestaat derhalve geen belemmering om aan de opheffing van de ongewenstverklaring terugwerkende kracht toe te kennen tot voor de datum van het verzoek daartoe.
De uitspraak op rechtspraak.nl