Rb. Den Haag 17 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:19759

Blijkens de gedingstukken is in het geval van eiser ten tijde van het bestreden besluit (bijna) 10 jaar geen strafrechtelijke veroordelingen meer geweest. Verweerder heeft eiser onder toepassing van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder c, Vw 2000 meegedeeld dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten omdat eiser veroordeeld is voor een misdrijf en daarom een gevaar vormt voor de openbare orde. Verweerder heeft hierbij zijn beleid toegepast zoals neergelegd in paragraaf A4/3.3. Ingevolge dit beleid levert iedere verdenking en veroordeling ter zake van een misdrijf gevaar op voor de openbare orde. Verweerders gemachtigde heeft ter zitting desgevraagd toegelicht dat ingevolge de beleidsregel, zoals weergegeven onder rechtsoverweging 14, élke verdenking of veroordeling leidt tot de conclusie dat sprake is van een gevaar voor de openbare orde, ongeacht wanneer dat heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht dit beleid kennelijk onredelijk. Dit beleid leidt er immers toe dat een vreemdeling in het kader van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 onverkort elke verdenking en veroordeling, hoe lang geleden ook, wordt tegengeworpen. Bij de vraag of sprake is van een gevaar voor de openbare orde die noopt tot verkorting van de vertrektermijn tot 0 dagen, vindt dus geen nuancering naar aard van het misdrijf, tijdsverloop en recidive plaats. Het betoog van verweerders gemachtigde ter zitting dat die afweging plaatsvindt bij het opleggen van een inreisverbod, doet niet aan dit oordeel af. Voordat verweerder bevoegd is om op grond van artikel 66a, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 een inreisverbod op te leggen, dient immers eerst voldaan te zijn aan de bevoegdheidsvoorwaarden van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 om de vertrektermijn op 0 dagen te stellen. De nuancering waarnaar verweerders gemachtigde ter zitting heeft verwezen komt daarna pas aan de orde, te weten bij de vraag voor welke duur een inreisverbod wordt opgelegd. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat verweerder ter beantwoording van de vraag of eiser in het kader van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 een gevaar is voor de openbare orde, niet heeft kunnen volstaan met een verwijzing naar eisers strafrechtelijke veroordelingen en verweerders beleid op dat gebied. Verweerder heeft dan ook ondeugdelijk gemotiveerd dat eiser – ondanks het tijdsverloop en het ontbreken van recidiverend gedrag na 2002 - een gevaar voor de openbare orde is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen