ABRvS 7 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT8370

De vreemdeling heeft er tenslotte ter zitting van de Afdeling van 19 oktober 2010 op gewezen dat een herschikkingsvoorstel van de Verordening bij de werkgroep van experts van de Raad van Europa en het Europees Parlement voorligt, in welk voorstel onder meer is opgenomen dat asielverzoeken van niet-begeleide minderjarigen worden behandeld door de lidstaat waar de meest recente asielaanvraag is ingediend. Dit voorstel geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de minister om die reden reeds thans de behandeling van de door de vreemdeling ingediende asielaanvraag onverplicht aan zich moet trekken. […]. Uit de door de vreemdeling overgelegde stukken blijkt niet dat het in Malta niet mogelijk of uiterst moeilijk is een asielaanvraag in te dienen. Evenmin blijkt daaruit van ernstige tekortkomingen in het onderzoek van de aanvraag, een gebrek aan tolken of van onvoldoende training van het personeel dat de gehoren afneemt en/of een beslissing op de asielaanvraag neemt, terwijl evenmin blijkt dat in Malta slechts in uitzonderlijke gevallen een asielaanvraag wordt gehonoreerd. Uit de door de vreemdeling overgelegde stukken blijkt daarentegen dat aan grote aantallen asielzoekers tenminste enige vorm van bescherming wordt geboden. Weliswaar maakt het rapport van Amnesty International melding van enkele tekortkomingen in de Maltese asielprocedure, maar er bestaat, mede gelet op het vorenoverwogene, geen grond voor het oordeel dat deze gebreken zodanig zijn dat sprake is van ernstige gebreken in de asielprocedure, zodanig dat overdracht strijd oplevert met de artikelen 3 of 13 van het EVRM of met het Vluchtelingenverdrag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen