ABRvS 4 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR1257

De vreemdeling verblijft sinds 21 december 2007 in de extra beveiligde inrichting te Vught (hierna: de EBI). Het door de rechtbank aan de Afdeling gezonden procesdossier biedt geen aanknopingspunten aan te nemen dat de vreemdeling over eigen vermogen beschikt, dan wel over andere inkomsten dan die, die hij verwerft met het verrichten van arbeid in de EBI. Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de Regeling arbeidsloon gedetineerden, bedraagt het uurloon maximaal € 0,76. De vreemdeling heeft ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet weliswaar recht op deelname aan in de inrichting beschikbare arbeid, maar heeft geen aanspraak op een vast aantal werkuren per week. Onder deze omstandigheden vormt de verplichting tot het betalen van een bedrag van € 227,00 aan griffierecht voor het in behandeling nemen van een hoger beroep een wezenlijke inbreuk op het onder andere door artikel 47 van Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde recht op toegang tot de rechter. Daarbij kan er niet aan worden voorbijgezien dat het bij het besluit op bezwaar gehandhaafde besluit van 9 juli 2009 een ambtshalve door de minister genomen, voor de vreemdeling belastend, besluit is. Dat de vreemdeling het griffierecht niet heeft voldaan, staat dan ook niet aan een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep in de weg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen