ABRvS 26 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ3236

De vreemdeling klaagt in de onder punt 19 van het hogerberoepschrift opgenomen grief 4 dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hetgeen hij heeft aangevoerd over de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure die ziet op de afwijzing van de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning buiten beschouwing kan worden gelaten, nu het beroep wat die afwijzing betreft niet-ontvankelijk is. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 4 maart 2009 in zaak nr. 200803215/1 (www.raadvanstate.nl) dient de rechtbank, in gevallen zoals deze, waarin in beroep bij de rechtbank is aangevoerd dat de redelijke termijn is geschonden, daarover haar oordeel te geven. Bij die beoordeling geldt dat de behandeling van het bezwaar niet meer dan één jaar en de behandeling van het beroep niet meer dan twee jaar, tezamen mitsdien niet meer dan drie jaar, mag duren en dat een vertraging bij één van beide behandelingen kan worden gecompenseerd door voortvarendheid bij de andere behandeling. De rechtbank mag zich niet vanwege de mogelijkheid van hoger beroep van een oordeel over de schending van de redelijke termijn onthouden. In hoger beroep staat het oordeel van de rechtbank over de gestelde schending van de redelijke termijn ter beoordeling. Daarbij bestaat geen aanleiding voor compensatie van een ten tijde van de uitspraak van de rechtbank bestaande overschrijding van de redelijke termijn door een voortvarende behandeling van het hoger beroep door de Afdeling, nu de rechtbank over de behandeling van het bezwaar en beroep onafhankelijk van de behandelingsduur van een eventueel ingesteld hoger beroep binnen een redelijke termijn had te oordelen. Zoals voorts volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 4 juni 2008 in zaak nr. 200703206/1 (www.raadvanstate.nl), moet in een klacht dat de redelijke termijn is geschonden, een verzoek om vergoeding van de door de beweerde schending geleden schade worden geacht besloten te liggen. De rechtbank heeft mitsdien ten onrechte niet op dat verzoek beslist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen