ABRvS 28 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP3266
Hoewel het proces-verbaal vermeldt dat het rijgedrag van de vreemdeling aanleiding gaf tot controle op de naleving van de Wegenverkeerswet 1994, blijkt uit dit proces-verbaal onmiskenbaar dat het kader waarbinnen de controle heeft plaatsgevonden wordt gevormd door het MTV. Dit blijkt onder meer uit de locatie waar de controle heeft plaatsgevonden, alsmede uit de vermeldingen dat op die locatie regelmatig controles worden uitgevoerd omdat uit ervaring is gebleken dat langs deze weg illegale immigratie plaatsvindt en dat de vreemdeling is aangehouden op grond van artikel 50 van de Vw 2000 ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. Voorts komt in dit kader belang toe aan het feit dat paragraaf A3/2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 ook de rijstijl van de chauffeur noemt als een van de criteria die een rol kunnen spelen bij de steekproefsgewijze keuze van – in het kader van het MTV – te controleren voertuigen. In het licht van het voorgaande moet de controle waarbij de vreemdeling is staandegehouden, anders dan de rechtbank heeft overwogen, worden aangemerkt als te hebben plaatsgevonden in het kader van het MTV.
De uitspraak op rechtspraak.nl