Rb. Den Haag 1 februari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1755
Voor de vaststelling of sprake is van staandehouding krachtens de Vw 2000 is van belang dat in het daarvan opgemaakte proces-verbaal niet slechts melding wordt gemaakt van de grond van de aanhouding, maar tevens inzicht wordt verschaft in de omstandigheden en de redenen die aanleiding hebben gegeven tot de staandehouding. De omschrijving van de omstandigheden in deze zaak acht de rechtbank daartoe onvoldoende concreet. Bovendien kan zonder nadere aanduiding van de plaats van de staandehouding niet worden getoetst of daadwerkelijk is staandegehouden op grond van de bij of krachtens de Luchtvaartwet gegeven bevoegdheden (het gestelde artikel 11, onder c, van het Besluit Beveiliging Burgerluchtvaart). Nu verweerder er niet in is geslaagd om hieromtrent middels een aanvullend proces-verbaal duidelijkheid te verschaffen, gaat de rechtbank uit van een staandehouding op grond van de Vreemdelingenwet. De rechtbank stelt vast dat nergens uit blijkt dat voorafgaande aan de staandhouding sprake was van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De rechtbank acht de staandehouding dan ook onrechtmatig.
De uitspraak op rechtspraak.nl